Janny de Moor Janny de Moor

ANDIJVIE

In het septembernummer van het ANWB-blad De Kampioen verzuchtte de eindredacteur in de jaren negentig “bij de andijvie met gehaktballen vanavond weet ik het helemaal zeker: de vakantie is voorbij”.

Ook ik kom uit een andijvie-familie. Met gehaktballen en aardappels. Zeker één keer per week. En als ik het nu nog wel eens maak, dan proef ik weer de smaak van verstoppertje en landveroveraartje. De smaak van vroeger.

Wij waren overigens niet de enigen. Nog in 1970 werd er hier per persoon vier hele kilo andijvie per jaar gegeten, tegen nu 2 ½. Het was er bijna altijd. Voor weinig geld. Dus je kreeg het ook op jeugdkamp. Rauw door de aardappelen. Ik zie ze nog stampen met ontbloot bovenlijf (de jongens dan) in die reusachtige potten. Terwijl uit onze zwarte koekepannen de spekwalm van de bijbehorende blokjes opsteeg. Alle Stimpstamp (of Slunger-om-de-muul of Broelap) ging schoon op, want ’s morgens was er enkel brood met gekleurde suikermuisjes op tafel gekomen.

Maar de echte vaderlandse manier om andijvie klaar te maken was toch: klein gesneden, goed doorgekookt, met zo’n romige saus, en veel nootmuskaat erop. Om het alledaagse wat op te fleuren noemde mijn schoonmoeder dat in haar onvervalste potjesfrans: ‘andivien à la crême’. Geen enkel ander andijvie-recept in de kookboeken kon daarmee wedijveren. Sommige restaurants zetten nog altijd een schaaltje met zulke andijvie op tafel, om je het gevoel te geven dat je thuis bent.

Een erg gewone groente dus. Reden voor chefkoks om er eens iets anders mee te gaan doen. Zo hebben de Eurotoques, een club van koks die de vaderlandse keuken willen stimuleren, een in andijvie gewikkelde ’terrine’ gepresenteerd. Binnenin Opperdoezen (aardappelen) en verse schapekaas. Dan ken je je ouwe pruimtabak niet meer terug.

Andijvie is een gekweekte loot van de cichorei-familie. Kichorion is de Griekse naam. Men heeft dit woord willen afleiden uit het Babylonisch of Egyptisch, maar voor beide is er geen enkel bewijs. Wat wel zou kunnen is dat ‘andijvie’ stamt van entubon, Byzantijns Grieks voor andijvie, en dit zou dan weer ontleend zijn aan het Koptische woord voor januari, tobi, de maand dat deze groente geoogst werd.

In elk geval een oude groente dus. Vaak wordt aangenomen dat andijvie tot de bittere kruiden hoorde die de Joden bij het Paaslam aten. Latijnse auteurs aan het begin van onze jaartelling schrijven al enthousiast over de intibum, andijvie. De groente zou helpen tegen een zwakke maag, hartkloppingen, podagra en oogontstekingen. En als je hem bij volle maan zaait en dan belooft er niet van te eten krijg je een maand lang geen kiespijn. De Verstandighe Huyshoudster (1750) zegt over andijviesalade: “eet ze met oly en azijn is zeer goed en gezond”. En “Goed voor de spijsvertering” meldt ook een modern groenteboek van Teubner (1992).

Die gunstige eigenschappen van andijvie zijn niet overdreven. De bittere smaak wordt veroorzaakt door inuline, dat niet door het maagsap wordt verteerd. Deze stof zorgt in combinatie met de bifido-bacteriëen die in onze darmen huizen voor een betere spijsvertering.

Is het dan niet jammer dat wij Nederlanders minder van zo’n gezonde groente eten?  Behalve dan de ‘oudere consumenten’? Dat is maar schijn. De generatie die wat uitgekeken raakte op die eeuwige andijvie is overgegaan op andere andijvie-varianten, zoals de Franse chicorée frisée (endive in ’t Engels) en scarole. En naar moderne cichorei-loten, zoals witlof (endive in ’t Frans), roodlof (radicchio; in ’t Duits: rote Endivie) en bladcichorei. Wie dus dacht het nu eens mooi uitheems te houden, eet nog altijd andijvie. Met dat bittertje.

Zie voor Andijvie met gehaktballen onder recepten: Andijvie zoals thuis (kalfs- en rundvlees).

Deel publicatie:

More Posts