Janny de Moor Janny de Moor

PICKNICK

Vorige publicatie

Laatst zag ik op een warme dag een familie een uitgebreide  picknick houden op het gras van het Wilhelminapark in Utrecht. Het mocht blijkbaar voor een keertje, want een passerende politieman bekeek de bedrijvigheid met een welwillend oog. De picknick is een maaltijd in de open lucht waar wij Nederlanders eigenlijk alleen maar in geloven als het gebeuren veilig onder de luifel van onze caravan of bungalowtent plaats kan vinden.

Heel anders de Engelsen. Het regent daar minstens zo vaak als bij ons, maar ze trekken er altijd op uit, weer of geen weer, de vrije natuur in met hun picknickmanden. Ze noemen dat ‘hampers’ en bij deftige winkels zoals Harrods in Londen zijn ze in velerlei vormen verkrijgbaar. Ze zijn zo populair, dat je ze tegenwoordig ook hier in Nederland kunt kopen. Ze zijn prijzig, maar bieden dan ook een mensenleven plezier. De porseleinen bordjes en kopjes zitten met leren riempjes vernuftig vastgeklemd tegen het riet. Er zijn elegante glaasjes en een forse thermoskan in aanwezig. De kleine hoekjes van de mand zijn opgevuld met stapeltjes echt bestek. Want een Engelsman zal natuurlijk nooit de vrije natuur, waarvan hij wil gaan profiteren, vervolgens vervuilen met wegwerpbordjes en plastic mesjes.

Aan de spelling kun je al zien dat ‘picknick’ een Engels woord is en dat geeft dus al aan dat wij het van de Engelsen geleerd hebben. Je mag volgens Van Dale ook wel schrijven ‘piknik’, maar dat is nou weer zo’n typische sociale spelling die gebrek aan doordenken verraadt. Van Dale moet immers toegeven dat deze keuze vervolgens onvermijdelijk leidt tot ‘piknikker’ in plaats van picknicker’.

In werkelijkheid hebben de Engelsen het woord overgenomen van de Fransen. De ‘pic-nic’ of ‘pique-nique’ was daar al tegen het einde van de zeventiende eeuw een geliefd tijdverdrijf van de hogere klassen. De precieze afleiding van het woord is onzeker. Men denkt aan een grappige samenstelling van ‘piquer’ in de betekenis ‘voedsel vergaren’ en een oorspronkelijk Duits of Vlaams woord ‘nique’ = ‘niks’. Dus: ‘een niemendalletje oppikken’.

Dat drukt goed uit waar het om gaat. Meer om de buitenlucht dan om de uitgebreidheid. Eten in de buitenlucht is natuurlijk al zo oud als de wereld. Maar voor mensen die van jongs af aan vermaand werden dat ze vooral netjes aan tafel moesten blijven zitten, heeft het iets stouts om lekker een kleed uit te spreiden op de grond, daar een verfijnd maal op uit te stallen en je er zomaar bij neer te vleien. En natuurlijk op te staan om te gaan spelen wanneer je maar wilt.

Die stoutigheid heeft de schilder Edouard Manet geïnspireerd tot zijn beroemde schilderij ‘Le déjeuner sur l’herbe’ (De lunch op het gras) van 1863, sindsdien vele malen nagedaan, o.a. door de bekende Hamburgse fotografe Karin Székessy. Terwijl de heren in keurige hooggesloten donkere pakken verzadigd achterover leunen, zit een van de dames er ongedwongen in haar blootje bij. Dat deed indertijd een storm van protest opsteken in het burgerlijke Parijs van zijn dagen. En ik denk trouwens, dat die politieman in het Wilhelminapark ook niet met zijn handen op zijn rug voorbijgekuierd zou zijn, als het er daar zo ongedwongen was toegegaan.

Het is ongetwijfeld die stoute uitgelatenheid die de picknick zo buitengewoon populair heeft gemaakt onder de Engelsen, dat volk van duizend conventies. In 1983 verscheen daar zelfs een bundel getiteld ‘The Picnic Papers’, een overduidelijke toespeling op de titel van Dickens’ vermaarde ‘Pickwick Papers’. In die bundel vertellen vele beroemdheden van gedenkwaardige picknicks in hun leven, en geven leuke recepten door. Zelfs prinses Margaret deed mee.

Waarom zouden wij Nederlanders, ook een volk dat maar moeilijk uit de plooi komt, deze zomer niet wat vaker gaan picknicken? Picknickmanden zijn o.a. te koop bij warenhuizen als de Bijenkorf, maar met een gewone mand gaat het natuurlijk ook best. En wie er door dit stukje nog niet van overtuigd is dat picknicken ook voor een Nederlander een genot is, luistere eens naar de eerste twee strofen van Rutger Kopland’s gedicht

‘Déjeuner onder het vee’:

        Wij zaten in het gras en

        om ons heen zo ver je zag

        graasde het vee en lag

        tussen ons in op een matras

        het déjeuner: worst en diverse

        soorten kaas, een stuk paté

Vorige publicatie Deel publicatie:

More Posts